ECLI:NL:GHSGR:2002:AE2919
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Van den Wildenberg
- Labohm
- Mulder
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over alimentatiebeding en wijziging alimentatie na echtscheiding
De man en vrouw zijn in 1978 gehuwd en zijn in 1997 gescheiden waarbij een alimentatiebeding werd overeengekomen. De man stelde dat het convenant tot stand was gekomen door misbruik van omstandigheden en dat de alimentatie te hoog was vastgesteld gezien zijn draagkracht. Tevens voerde hij aan dat er sprake was van een ingrijpende wijziging van omstandigheden die een aanpassing van de alimentatie rechtvaardigde.
Het hof oordeelde dat de man onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat sprake was van misbruik van omstandigheden bij het sluiten van het convenant. Ook was er geen sprake van een flagrante wanverhouding of ingrijpende wijziging van omstandigheden die een aanpassing van de alimentatie rechtvaardigde. Het hof stelde vast dat het niet-wijzigingsbeding geen beroep op de wettelijke maatstaven bij het sluiten van het convenant uitsloot.
Verder werd geoordeeld dat het inkomen van de vrouw boven de overeengekomen grens in mindering moest worden gebracht op de alimentatie, wat leidde tot een verlaging van de alimentatie van ƒ 1.972,- naar ƒ 1.762,- per maand. De bestreden beschikking werd vernietigd en de alimentatie werd dienovereenkomstig aangepast met ingang van 25 april 2000.
Uitkomst: De alimentatie voor de vrouw wordt met ingang van 25 april 2000 vastgesteld op ƒ 1.762,- per maand.