ECLI:NL:GHSGR:2002:AE3507
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Labohm
- Fockema Andreae-Hartsuiker
- Van Leuven
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering vernietiging erkenning niet-biologisch kind
De man en de vrouw, gehuwd in 1999, hebben de minderjarige erkend, die niet de biologische dochter van de man is. Zij wilden dat het kind dezelfde achternaam droeg, maar waren zich niet bewust van de volledige rechtsgevolgen van de erkenning. Na hun echtscheiding verzochten zij de rechtbank om de erkenning te vernietigen, wat werd afgewezen.
In hoger beroep stelden zij dat zij gedwaald hadden over de rechtsgevolgen en dat handhaving van de erkenning niet in het belang van het kind was, mede omdat er nauwelijks een familieband was ontstaan. De bijzondere curator en advocaat-generaal stelden zich op het standpunt dat het belang van het kind en de rechtszekerheid handhaving vereisten.
Het hof oordeelde dat het beroep op dwaling niet slaagt omdat de ouders zich onvoldoende hebben geïnformeerd en de verkeerde voorstelling van zaken aan zichzelf te wijten is. Gezien het belang van het erkende kind en de terughoudendheid bij aantasting van erkenningen, werd de bestreden beschikking bekrachtigd.
Uitkomst: Het hof wijst het verzoek tot vernietiging van de erkenning af en bekrachtigt de bestreden beschikking.