ECLI:NL:GHSGR:2002:AE3611
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening
- Labohm
- De Bruijn-Lückers
- Zeven-Postma
- Rechtspraak.nl
Schorsing uitvoerbaarverklaring alimentatiebeschikking in hoger beroep
De man verzocht het hof om voorlopige voorzieningen te treffen en de uitvoerbaarverklaring bij voorraad van de alimentatiebeschikking van 19 oktober 2001 te schorsen. De rechtbank Rotterdam had eerder de alimentatie vastgesteld op 11.000 gulden per maand, maar de man betwistte deze hoogte en stelde dat een bedrag van 4.835 gulden passend zou zijn.
Het hof oordeelde dat de man ontvankelijk was in zijn verzoek tot schorsing, ondanks de stelling van de vrouw dat dit verzoek alleen in de hoofdprocedure mogelijk was. Het hof nam de discrepantie tussen de vastgestelde alimentatie en de door de man berekende behoefte als reden om de uitvoerbaarverklaring bij voorraad te schorsen voor de duur van het hoger beroep.
Hierdoor komt de eerdere beschikking van 15 november 2000, waarin de alimentatie was vastgesteld op 8.000 gulden per maand, weer tot leven. De zaak werd mondeling behandeld op 10 april 2002 en het hof sprak de beschikking uit die de schorsing bevestigt.
Uitkomst: De uitvoerbaarverklaring bij voorraad van de alimentatiebeschikking van 19 oktober 2001 wordt geschorst voor de duur van het hoger beroep.