ECLI:NL:GHSGR:2002:AE3621
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- van den Wildenberg
- Duindam
- Labohm
- Rechtspraak.nl
Geen aanspraak op overwaarde woning bij beëindiging samenleving zonder mede-eigendom
In deze zaak stond centraal of de vrouw aanspraak kon maken op de helft van de overwaarde van de woning waarin zij samenwoonden, terwijl de woning juridisch alleen op naam van de man stond. De vrouw vorderde vernietiging van de beëindigingsovereenkomst van hun samenleving wegens een wilsgebrek en betaling van een bedrag dat overeenkomt met haar aandeel in de overwaarde.
Het hof stelde vast dat partijen na het sluiten van hun samenlevingsovereenkomst in 1992 nooit de woning gezamenlijk eigendom hebben gemaakt of afspraken hebben gemaakt over de overwaarde. Ook na het afsluiten van een gezamenlijke hypothecaire lening bleef de woning op naam van de man staan. De vrouw kon niet aannemelijk maken dat er een andere intentie bestond dan de formele juridische situatie.
De rechtbank had de vorderingen van de vrouw afgewezen en het hof bevestigde dit oordeel. Tevens oordeelde het hof dat de beëindigingsovereenkomst niet vernietigd kon worden wegens een wilsgebrek, ondanks de stelling van de vrouw dat zij onder invloed van een dergelijk gebrek had getekend. Het hof bekrachtigde het vonnis en veroordeelde partijen tot het dragen van hun eigen kosten.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis dat de vrouw geen aanspraak heeft op de overwaarde van de woning.