ECLI:NL:GHSGR:2002:AE3780
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Duindam
- Dusamos
- Mulder
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep inzake wijziging kinderalimentatie en draagkracht vader
De vader kwam in hoger beroep tegen een beschikking waarin de rechtbank kinderalimentatie ten laste van hem had vastgesteld met ingang van 1 augustus 1997. De moeder had de alimentatie vastgesteld willen zien op ƒ 685,- per maand. De vader verzocht om wijziging van deze beschikking en stelde dat de rechtbank bij de vaststelling van de alimentatie van onjuiste gegevens was uitgegaan.
Het hof oordeelde dat het recht er niet aan in de weg staat dat de vader een wijzigingsverzoek indient, ook buiten de beroepstermijn, en dat hij ontvankelijk is in zijn verzoek. De rechtbank had ten onrechte de vader niet-ontvankelijk verklaard. Het hof stelde vast dat de vader aannemelijk had gemaakt dat de rechtbank bij haar beschikking onjuiste of onvolledige gegevens had gebruikt, en dat de moeder rekening moest houden met een wijzigingsverzoek.
De draagkracht van de vader werd vastgesteld op basis van gegevens uit 2001, aangezien er geen aanwijzingen waren voor afwijkingen in eerdere jaren. Het hof hield geen rekening met bepaalde door de vader opgevoerde lasten zoals rente en aflossing van een lening en premies die niet bewezen waren. Uiteindelijk concludeerde het hof dat de vastgestelde kinderalimentatie van aanvang af aan de wettelijke maatstaven voldeed.
De vader verzette zich tegen terugwerkende kracht van de alimentatie, maar het hof oordeelde dat dit niet onredelijk was, omdat de vader wist dat hij moest bijdragen in de kosten van verzorging en opvoeding. Het inleidende verzoek van de vader werd daarom afgewezen, en de bestreden beschikking vernietigd voor zover het oordeel van het hof betreft.
Uitkomst: Het hof wijst het verzoek van de vader tot wijziging van de kinderalimentatie af en bevestigt de vaststelling met ingang van 1 augustus 1997.