ECLI:NL:GHSGR:2002:AE5301
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep kort geding
- De Brauw
- Boele
- Looten
- Rechtspraak.nl
Bevestiging internationale signalering wegens vlucht- en herhalingsgevaar ondanks beroep op bewegingsvrijheid
Appellant is internationaal gesignaleerd wegens verdenking van strafbare feiten en verblijf in Zwitserland om aan aanhouding te ontkomen. Hij vordert opheffing van de signalering en verbod op nieuwe signaleringen, stellende dat deze onrechtmatig zijn en zijn bewegingsvrijheid schenden.
De president van de rechtbank wees de vorderingen af, stellende dat de Staat een ruime beoordelingsvrijheid heeft en dat vlucht- en herhalingsgevaar aannemelijk zijn. Appellant voert diverse grieven aan tegen dit oordeel.
Het hof overweegt dat de Staat terecht mag aannemen dat appellant vluchtgevaarlijk is vanwege zijn verblijf in Zwitserland en het ontbreken van binding met Nederland. Ook is herhalingsgevaar aannemelijk geacht, mede door lopend strafrechtelijk onderzoek en verdenking van leidinggeven aan een criminele organisatie.
De beperking van bewegingsvrijheid door de signalering is niet onrechtmatig omdat deze voortvloeit uit een wettelijk voorziene voorlopige hechtenis, die door de strafrechter kan worden getoetst. De signalering is niet disproportioneel, mede omdat appellant zelf aanhouding en uitlevering ontloopt.
Het hof bekrachtigt het vonnis van de president en veroordeelt appellant in de kosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis en handhaaft de internationale signalering wegens vlucht- en herhalingsgevaar.