ECLI:NL:GHSGR:2002:AE5313
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep kort geding
- Vrij
- Beekhuis
- Looten
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep inzake niet-ontvankelijkheid vorderingen wegens ontbreken rechtstreeks belang bij aanbestedingsgeschil
Van Liere en Otte zijn in hoger beroep gekomen tegen vonnissen waarin zij niet-ontvankelijk werden verklaard in hun vorderingen tegen de Gemeente Middelburg en HBG vanwege het niet volgen van een aanbestedingsprocedure voor een groot bouwproject. Het geschil betreft de bouw van een stadskantoor en parkeergarage met een aanneemsom van ruim €22 miljoen, waarvoor de Gemeente overeenkomsten sloot met HBG zonder aanbesteding volgens de EG-Richtlijn Werken.
Van Liere, actief in de auto- en benzinesector nabij het bouwterrein, en Otte, een kleiner aannemingsbedrijf, stelden dat zij door het ontbreken van aanbesteding in hun belangen werden geschaad en vorderden dat de Gemeente zich onthield van het sluiten en uitvoeren van overeenkomsten zonder aanbesteding. HBG werd toegelaten als gevoegde partij aan de zijde van de Gemeente.
Het hof oordeelde dat Van Liere geen gerechtvaardigd rechtstreeks belang heeft bij het afdwingen van aanbesteding omdat het aanbestedingsrecht niet is bedoeld ter bescherming van bedrijven die schade ondervinden door bouwactiviteiten in de omgeving. Otte had onvoldoende aannemelijk gemaakt dat zij in aanmerking komt voor gunning van het werk. De grieven tegen de niet-ontvankelijkheid faalden, evenals de klachten over de voeging van HBG en het niet naleven van de Richtlijn.
Het hof bekrachtigde de bestreden vonnissen en veroordeelde Van Liere en Otte in de kosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de niet-ontvankelijkverklaring van Van Liere en Otte wegens gebrek aan rechtstreeks belang.