ECLI:NL:GHSGR:2002:AE7004
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Fockema Andreae-Hartsuiker
- Pannekoek-Dubois
- Punselie
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid vader in hoger beroep tegen machtiging uithuisplaatsing minderjarige
De vader is in hoger beroep gekomen tegen een beschikking van de kinderrechter die een machtiging tot uithuisplaatsing van zijn minderjarige kind in een voorziening voor pleegzorg had verleend. De moeder heeft het ouderlijk gezag en het kind is erkend door de vader. De kinderrechter had ook een machtiging verleend tot uithuisplaatsing in een AWBZ-voorziening, waarop het hof oordeelde dat de eerdere machtiging tot plaatsing in pleegzorg moest worden ingetrokken omdat het niet verenigbaar is dat twee machtigingen naast elkaar bestaan.
Het hof heeft overwogen dat de vader geen belang meer heeft bij zijn beroep tegen de machtiging tot plaatsing in pleegzorg, omdat deze machtiging ambtshalve is ingetrokken. Daarom verklaart het hof het hoger beroep van de vader niet-ontvankelijk. De zaak is behandeld op 14 augustus 2002 en het vonnis is uitgesproken op 28 augustus 2002.
De procedure omvatte meerdere schriftelijke stukken van partijen en een mondelinge behandeling waarbij verschillende betrokkenen verschenen, waaronder de vader met raadsman, vertegenwoordigers van de Raad voor de Kinderbescherming, Jeugdzorg, en deskundigen. De ondertoezichtstelling en machtigingen tot uithuisplaatsing zijn onderdeel van een zorgtraject gericht op het welzijn van de minderjarige.
Uitkomst: Het hof verklaart het hoger beroep van de vader niet-ontvankelijk en wijst het beroep af.