ECLI:NL:GHSGR:2002:AE7903

Gerechtshof 's-Gravenhage

Datum uitspraak
20 september 2002
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
2200222802
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Vrijspraak
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Koning
  • Silvis
  • Coster van Voorhout
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 261 Wetboek van Strafvordering
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vrijspraak medeplegen bedreiging wegens onvoldoende bewijs en nietigheid tenlastelegging

Het gerechtshof te 's-Gravenhage heeft in hoger beroep het vonnis van de politierechter vernietigd en de verdachte vrijgesproken van medeplegen van bedreiging met woorden. De bedreiging was door een medeverdachte geuit zonder voorafgaand overleg over het doelwit of de inhoud, waardoor deze strafrechtelijk uitsluitend voor diens rekening komt.

Daarnaast heeft het hof een zinsnede uit de tenlastelegging nietig verklaard omdat deze onvoldoende concreet was en niet voldeed aan de eisen van artikel 261 van Pro het Wetboek van Strafvordering. De verdachte was in eerste aanleg veroordeeld tot onbetaalde arbeid en een voorwaardelijke gevangenisstraf, maar het hof kon zich niet verenigen met dit vonnis.

Het hof oordeelde dat het tenlastegelegde niet wettig en overtuigend was bewezen en sprak de verdachte vrij. Hiermee werd het eerdere vonnis vernietigd en werd opnieuw recht gedaan door het hof.

Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken van medeplegen bedreiging wegens onvoldoende bewijs en een deel van de tenlastelegging is nietig verklaard.

Uitspraak

rolnummer 2200222802
parketnummer 0900402000
datum uitspraak 20 september 2002
tegenspraak
GERECHTSHOF TE 'S-GRAVENHAGE
meervoudige kamer voor strafzaken
ARREST
gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de arrondissementsrechtbank te 's-Gravenhage
van 5 december 2001 in de strafzaak tegen de verdachte:
[naam verdachte],
geboren te [plaats] op [datum].
1. Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het
onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg en het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep van dit hof van 6 september 2002.
2. Tenlastelegging
Aan de verdachte is tenlastegelegd hetgeen vermeld staat in de inleidende dagvaarding, zoals ter terechtzitting in eerste aanleg op vordering van de officier van justitie gewijzigd.
Van de dagvaarding en van de vordering wijziging tenlastelegging zijn kopieën in dit arrest gevoegd.
3. Partiële nietigheid inleidende dagvaarding
De advocaat-generaal heeft ter terechtzitting in hoger beroep gevorderd dat de zinsnede "althans de perso(o)n(en) die verantwoordelijk worden gehouden voor het uitblijven van interventies op de Molukken" uit de tenlastelegging nietig te verklaren, daar zonder concretisering onvoldoende duidelijk is wie daarmee wordt c.q. worden bedoeld, zodat de tenlastelegging op dit punt niet voldoet aan de eisen van artikel 261 van Pro het Wetboek van Strafvordering.
Het hof is, met de advocaat-generaal, van oordeel dat bovenvermelde zinsnede in strijd is met de eisen van artikel 261 van Pro het Wetboek van Strafvordering en zal dit deel van de inleidende dagvaarding nietig verklaren.
4. Procesgang
In eerste aanleg is de verdachte terzake van het tenlastegelegde veroordeeld tot het verrichten van onbetaalde arbeid ten algemenen nutte voor de duur van tachtig uren, met aftrek van voorarrest, subsidiair 29 dagen hechtenis, alsmede tot een gevangenisstraf voor de duur van twee maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren.
De verdachte heeft tegen het vonnis hoger beroep ingesteld.
5. Beoordeling van het vonnis
Het vonnis waarvan beroep kan niet in stand blijven omdat het hof zich daarmee niet verenigt.
6. Vrijspraak
Naar het oordeel van het hof is niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen aan de verdachte is tenlastegelegd.
Aan de verdachte is medeplegen van bedreiging met woorden tenlastegelegd. Ter toelichting op de vrijspraak daarvan dient het volgende. De bedreiging is door zijn medeverdachte en geestverwant geuit. Deze had niet met de verdachte vooraf besproken tegen wie hij bedreigingen zou uiten en evenmin met welke verschrikkingen hij zou bedreigen. Een dergelijke bedreiging zonder vooroverleg komt strafrechtelijk uitsluitend voor rekening van degene die de bedreiging heeft geuit. Daaraan doet niet af dat de verdachte achteraf heeft verklaard
achter deze, door zijn geestverwant geuite, bedreiging te staan.
De verdachte moet derhalve worden vrijgesproken.
7. Beslissing
Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht.
Verklaart de inleidende dagvaarding nietig voorzover het betreft de zinsnede "althans de perso(o)n(en) die verantwoordelijk worden gehouden voor het uitblijven van interventies op de Molukken" in het tenlastegelegde.
Verklaart niet bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Dit arrest is gewezen door
mrs. Koning, Silvis en Coster van Voorhout,
in bijzijn van de griffier mr. Van den Broek.
Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van het hof van 20 september 2002.