ECLI:NL:GHSGR:2002:AE8187
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep doodslag vrouw met verminderd toerekeningsvatbaarheid
Verdachte werd in eerste aanleg vrijgesproken van het primair tenlastegelegde, maar veroordeeld tot 8 jaar gevangenisstraf voor subsidiair tenlastegelegde doodslag op zijn vrouw. In hoger beroep vernietigt het hof het vonnis van de rechtbank. Het hof acht niet wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het primair tenlastegelegde heeft gepleegd en spreekt hem daarvan vrij.
Wel wordt bewezen verklaard dat verdachte op 20 augustus 2001 in Rotterdam opzettelijk zijn vrouw heeft gedood door haar meerdere malen met een mes te steken. Dit gebeurde in de gezamenlijke woning waar ook hun twee dochters aanwezig waren, die getuige waren van het geweld. Eén dochter moest verdachte met een mes steken om het geweld te stoppen.
Uit gedragsdeskundig onderzoek blijkt dat verdachte leed aan een narcistische persoonlijkheidsstoornis, die zijn geestvermogens verminderde. Hierdoor was hij verminderd toerekeningsvatbaar. Het hof neemt deze conclusies over en legt een gevangenisstraf van negen jaar op, geheel onvoorwaardelijk, rekening houdend met de ernst van het feit, de persoonlijke omstandigheden van verdachte en zijn proceshouding.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot negen jaar gevangenisstraf voor doodslag met verminderd toerekeningsvatbaarheid.