ECLI:NL:GHSGR:2002:AE8530
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Duindam
- Kok
- de Bruijn-Lückers
- Rechtspraak.nl
Beëindiging alimentatieplicht wegens samenwoning als waren zij gehuwd
De man verzocht de alimentatie voor de vrouw te beëindigen of te verminderen, stellende dat de vrouw samenwoont met een ander als waren zij gehuwd, hetgeen de alimentatieplicht ex artikel 1:160 BW Pro doet vervallen. De vrouw betwistte dit en stelde dat zij niet samenwoont met haar partner, maar bij haar zus in Rotterdam verblijft.
Het hof stelde vast dat de vrouw een duurzame affectieve relatie heeft met de heer A., met wie zij samenwoont als waren zij gehuwd. De vrouw verbleef grotendeels in Monaco en Wassenaar bij hem, terwijl zij nauwelijks inspanningen leverde om in haar eigen levensonderhoud te voorzien. De man droeg de volledige kosten voor de kinderen die bij hem wonen.
Gelet op deze feiten concludeerde het hof dat de alimentatieplicht van de man met ingang van 1 december 2001 van rechtswege is geëindigd. Van terugbetaling van teveel betaalde alimentatie werd afgezien vanwege het consumptieve karakter ervan. De overige grieven werden niet meer behandeld.
Uitkomst: De alimentatieplicht van de man eindigt per 1 december 2001 wegens samenwoning van de vrouw met een ander als waren zij gehuwd.