ECLI:NL:GHSGR:2002:AE8533
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Labohm
- Dusamos
- Duindam
- Rechtspraak.nl
Toepassing Turks en Nederlands huwelijksvermogensrecht bij naturalisatie en verdeling gemeenschap van goederen
De man en vrouw zijn in 1995 in Turkije gehuwd en woonden aanvankelijk bij de ouders van de man. De vrouw kwam daarna naar Nederland, gevolgd door de man. De man verkreeg in 1999 de Nederlandse nationaliteit door naturalisatie. De vrouw verzocht in 2000 om echtscheiding en verdeling van de huwelijksgemeenschap, waarbij zij de man aansprakelijk stelde voor schulden.
De rechtbank wees de echtscheiding toe en bepaalde de verdeling van een doorlopend krediet bij de Postbank. De man ging in hoger beroep tegen de toepassing van Turks recht op het huwelijksvermogensregime en de uitsluiting van de inboedel en schuld aan zijn familie uit de gemeenschap.
Het hof oordeelde dat zonder rechtskeuze het Haags Verdrag van 1978 van toepassing is, waarbij het recht van de gemeenschappelijke nationaliteit bij huwelijk geldt. Omdat de man na huwelijk naturaliseerde, geldt Turks recht tot die datum en Nederlands recht daarna. De verdeling van de inboedel en schulden werd bevestigd conform deze rechtsregels. De kostenveroordeling werd afgewezen vanwege de complexiteit van de zaak.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de beschikking van de rechtbank en bevestigt de toepassing van Turks recht tot naturalisatie en Nederlands recht daarna voor de verdeling van de huwelijksgemeenschap.