ECLI:NL:GHSGR:2002:AE8539
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Pannekoek-Dubois
- Van den Wildenberg
- Labohm
- Rechtspraak.nl
Uitspraak echtscheiding op verzoek vrouw ondanks verzet man wegens wangedrag
In deze zaak beoordeelt het Gerechtshof 's-Gravenhage het hoger beroep van een vrouw tegen haar echtgenoot inzake het verzoek tot echtscheiding onder Nederlands-Antilliaans recht.
De vrouw verzoekt om echtscheiding, terwijl de man zich hiertegen verzet omdat hij hoopt op terugkeer van de vrouw. Volgens art. 150 lid 2 Boek Pro 1 BW van de Nederlandse Antillen kan echtscheiding niet tegen de wil van een echtgenoot worden uitgesproken indien er minderjarige kinderen zijn, tenzij de echtgenoten minimaal drie jaar duurzaam gescheiden leven. De partijen leven sinds maart/april 2000 duurzaam gescheiden, waardoor de termijn van drie jaar nog niet is verstreken.
De vrouw stelt dat de man zich schuldig heeft gemaakt aan wangedrag zoals bedoeld in art. 150 lid 3 Boek Pro 1 BW, waaronder mishandeling en bedreiging, en verzoekt op die grond de termijn van drie jaar te bekorten. De man weerspreekt deze stelling niet.
Het hof oordeelt dat het verzoek van de vrouw om de termijn te bekorten en de echtscheiding uit te spreken niet voldoende is weersproken en wijst het verzoek toe. De echtscheiding wordt uitgesproken.
Uitkomst: Het hof spreekt de echtscheiding uit en bekort de wettelijke termijn van drie jaar duurzame scheiding wegens wangedrag van de man.