ECLI:NL:GHSGR:2002:AF0874
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Mrs. Dusamos
- De Bruijn-Lückers
- Labohm
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep inzake echtscheiding en alimentatieverzoeken met betrekking tot echtelijke woning en kinderalimentatie
De vrouw en de man zijn in 1973 gehuwd onder huwelijkse voorwaarden en hebben drie dochters. De man verzocht op 20 februari 2001 de rechtbank om echtscheiding uit te spreken, welke werd toegewezen ondanks verzet van de vrouw. De vrouw deed tevens diverse verzoeken tot alimentatie en bewoning van de echtelijke woning.
De rechtbank bepaalde onder meer dat de vrouw de woning zes maanden na inschrijving van de echtscheidingsbeschikking mocht bewonen en stelde alimentatiebedragen vast voor de vrouw en de jongste dochter. De verdeling van de gemeenschap van goederen bleef aangehouden.
In hoger beroep betwistte de man de verzoeken van de vrouw en verzocht hij onder meer om afwijzing van haar alimentatieverzoeken. De vrouw voerde onder andere aan dat de rechtbank ten onrechte de echtscheiding had uitgesproken en onvoldoende rekening had gehouden met haar belangen en die van de kinderen.
Het hof oordeelde dat de echtscheiding terecht was uitgesproken en dat de vrouw niet ontvankelijk was in haar hoger beroep tegen de echtscheiding en haar verzoek tot kinderalimentatie voor de inmiddels meerderjarige jongste dochter, mede omdat zij geen volmacht had om namens haar op te treden. Ook achtte het hof het belang van de vrouw onvoldoende om de verdeling van de gemeenschap uit te stellen of de woning langer toe te wijzen.
De beschikking van de rechtbank werd daarmee bekrachtigd, waarbij de vrouw gedurende zes maanden na inschrijving de woning mag bewonen en alimentatieverplichtingen van de man zijn vastgesteld.
Uitkomst: De vrouw is niet-ontvankelijk verklaard in haar hoger beroep tegen de echtscheiding en haar verzoek tot kinderalimentatie voor de meerderjarige dochter, en de beschikking omtrent bewoning en alimentatie is bekrachtigd.