ECLI:NL:GHSGR:2002:AF0875
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- De Bruijn-Lückers
- Labohm
- Van Montfoort
- Rechtspraak.nl
Omgangsregeling vader en kind na weigering moeder en kind
In deze zaak staat de omgangsregeling tussen een vader en zijn kind centraal. De moeder, die het gezag heeft, weigert medewerking aan contact tussen vader en kind, mede vanwege de angst en spanning van het kind. De Raad voor de Kinderbescherming rapporteert dat begeleide proefcontacten niet hebben plaatsgevonden en adviseert juist het contact te bevorderen.
Het hof overweegt dat het wettelijk uitgangspunt het recht op omgang tussen kind en niet-gezagsouder is, tenzij een wettelijke ontzeggingsgrond aanwezig is. Geen ontzeggingsgrond is vastgesteld. De voedselallergie van het kind vormt geen beletsel voor omgang. Het hof oordeelt dat het belang van het kind juist vraagt om spoedig contact met de vader, waarbij de moeder verplicht is medewerking te verlenen en hulpverlening in te schakelen om het kind te ondersteunen bij zijn angsten.
Het hof stelt een gefaseerde omgangsregeling vast met toenemende contactduur vanaf 1 februari 2003 tot 1 februari 2004. De moeder moet het kind voorbereiden en hulpverlening inschakelen vóór de startdatum. De beschikking vervangt eerdere regelingen en is direct uitvoerbaar. Hiermee wordt het belang van het kind en het recht op omgang zorgvuldig gewogen en bevorderd.
Uitkomst: Het hof stelt een gefaseerde omgangsregeling vast en verplicht de moeder medewerking en hulpverlening te verlenen.