ECLI:NL:GHSGR:2002:AF0887
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- de Bruijn-Lückers
- Labohm
- Zeven-Postma
- Rechtspraak.nl
Vaststelling omgangsregeling vader met kind na weigering tot bemiddeling
In deze zaak stond de omgang tussen de vader en het kind centraal. De vader had een verzoek ingediend voor een omgangsregeling waarbij hij het kind een weekend per drie weken en de helft van de schoolvakanties wilde zien. Het hof had de zaak aangehouden om bemiddeling te laten plaatsvinden, maar de vader werkte niet loyaal mee aan deze bemiddeling.
De moeder werkte wel mee, betaalde het voorschot voor het deskundigenonderzoek en ging in op uitnodigingen voor bemiddelingsgesprekken. De vader beriep zich op werkdruk en stelde dat de moeder onwillig was, maar kon dit niet aantonen. De bemiddelaar gaf aan geen contra-indicaties te zien bij de moeder en kon de bemiddeling niet starten vanwege de weigering van de vader.
Het hof oordeelde dat de vader zijn werk boven de belangen van het kind stelde en vernietigde de eerdere beschikking. Vervolgens stelde het hof een omgangsregeling vast waarbij de vader het kind eenmaal per veertien dagen op zondag van 10.00 tot 19.30 uur mag zien, zonder overnachtingen of vakanties. Partijen dienen het halen en brengen onderling te regelen, rekening houdend met het feit dat de vader inmiddels in Frankrijk woont.
Uitkomst: Het hof stelt een omgangsregeling vast waarbij de vader het kind eenmaal per veertien dagen op zondag mag zien van 10.00 tot 19.30 uur.