ECLI:NL:GHSGR:2002:AF0918

Gerechtshof 's-Gravenhage

Datum uitspraak
29 maart 2002
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
2200213601
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Klein Breteler
  • Davids
  • Den Os
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 57 SrArt. 285 SrArt. 310 SrArt. 312 SrArt. 317 Sr
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep wegens gewapende overvallen op benzinestation en bouwmarkt

In hoger beroep is de verdachte vrijgesproken van het eerste alternatief van feit 1 en beide alternatieven van feit 2 wegens onvoldoende bewijs. Wel is bewezen dat verdachte op 17 april 2001 een overval pleegde op een Esso-benzinestation waarbij hij onder bedreiging met een pistool geld afdwong. Daarnaast heeft hij op 17 mei 2001 een overval gepleegd op een bouwmarkt waarbij hij samen met een handlanger onder bedreiging met een pistool geld heeft weggenomen en een medewerker heeft bedreigd met een misdrijf tegen het leven.

De rechtbank had verdachte eerder veroordeeld tot dertig maanden gevangenisstraf, waarvan zes maanden voorwaardelijk. Het hof vernietigde dit vonnis en veroordeelde verdachte tot een gevangenisstraf van vier jaar, mede vanwege zijn eerdere veroordelingen voor vermogensdelicten en de ernst van de feiten.

De dagvaarding voldeed aan de wettelijke eisen en verdachte begreep de tenlastelegging. De straf is opgelegd met aftrek van voorarrest. Verdachte werd niet geschaad door eventuele taal- of schrijffouten in de tenlastelegging.

Het hof achtte bewezen dat verdachte wederrechtelijk met geweld geld heeft afgedwongen en bedreigd, en verklaarde de overige tenlastegelegde feiten niet bewezen. De straf weerspiegelt de ernst van de gepleegde gewapende overvallen en de persoonlijke omstandigheden van verdachte.

Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot vier jaar gevangenisstraf voor gewapende overvallen en bedreiging.

Uitspraak

parketnummer 0975717201
datum uitspraak 29 maart 2002
tegenspraak
GERECHTSHOF TE 's-GRAVENHAGE meervoudige kamer voor strafzaken
ARREST
gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de arrondissementsrechtbank te 's-Gravenhage van 12 oktober 2001 in de strafzaak tegen de verdachte:
[verdachte]
1. Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg en het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep van dit hof van 15 maart 2002.
2. Tenlastelegging
Aan de verdachte is tenlastegelegd hetgeen vermeld staat in de inleidende dagvaarding, zoals ter terechtzitting in eerste aanleg op vordering van de officier van justitie gewijzigd.
Van de dagvaarding en van de vordering wijziging tenlastelegging zijn kopieën in dit arrest gevoegd.
3. Procesgang
In eerste aanleg is de verdachte van het onder 1, eerste alternatief en 2, beide alternatieven tenlastegelegde vrijgesproken en terzake van het onder 1, tweede alternatief, 3 primair en 4 tenlastegelegde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van dertig maanden, met aftrek van voorarrest, waarvan zes maanden voorwaardelijk, met een proeftijd voor de duur van twee jaren.
De verdachte en de officier van justitie hebben tegen het vonnis hoger beroep ingesteld.
4. Verwerping van een verweer
Ten aanzien van de onder 1 en 3 tenlastegelegde feiten heeft de raadsman aangevoerd dat deze feiten voor wat betreft tijdstip en plaats niet voldoende duidelijk zijn omschreven en dat de dagvaarding ten aanzien van deze feiten derhalve nietig is.
Het hof verwerpt dit verweer. Naar het oordeel van het hof voldoet de dagvaarding aan de eisen die artikel 261 van Pro het Wetboek van Strafvordering daaraan stelt. Daarenboven merkt het hof op dat verdachte, gelet op zijn verklaringen zowel bij de politie als ter terechtzitting, waaronder zijn bekennende verklaring ten aanzien van feit 3, goed begrepen heeft wat hem verweten wordt.
5. Beoordeling van het vonnis
Het vonnis waarvan beroep kan niet in stand blijven omdat het hof zich daarmee niet verenigt.
6. Vrijspraak
Naar het oordeel van het hof is niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen aan de verdachte onder 1, eerste alternatief en 2, beide alternatieven is tenlastegelegd.
De verdachte moet derhalve hiervan worden vrijgesproken.
7. Bewezenverklaring
Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1, tweede alternatief, 3 primair en 4 tenlastegelegde heeft begaan op de wijze als is vermeld in de hierna ingevoegde bijlage die van dit arrest deel uitmaakt.
BIJLAGE
1. dat hij op 17 april 2001 te 's-Gravenhage tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door bedreiging met geweld [slachtoffer 1] heeft gedwongen tot de afgifte van fl. 1.600,-, toebehorende aan Esso-benzinestation, welke bedreiging met geweld bestond uit het tonen van een pistool, aan die [slachtoffer 1] en het doorladen van dat pistool, en het die [slachtoffer 1] dreigend de woorden toevoegen "Ik wil je geld" en "Geef me je geld" en "Ik wil meer";
3. dat hij op 17 mei 2001 te 's-Gravenhage, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen fl. 2.490,-, toebehorende aan Bricorama, welke diefstal werd voorafgegaan en vergezeld van bedreiging met geweld tegen [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3], gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken en om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welke bedreiging met geweld bestond uit het tonen van een pistool, aan die [slachtoffer 2] en die [slachtoffer 3] en het doorladen van dat pistool, en het dreigend die [slachtoffer 2] en/of die [slachtoffer 3] de woorden toevoegen "Doe je kassa open, kankerlijer" en "ik schiet jullie allemaal dood";
4. dat hij op 17 mei 2001 te 's-Gravenhage een persoon genaamd [slachtoffer 3] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, immers heeft verdachte opzettelijk dreigend een pistool aan die [slachtoffer 3] getoond en (daarbij) deze dreigend de woorden toegevoegd: "Ik schiet jullie allemaal dood".
Hetgeen terzake meer of anders is tenlastegelegd, is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.
Voorzover in de tenlastelegging taal- en/of schrijf-fouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is de verdachte daardoor niet geschaad in de verdediging.
8. Bewijsvoering
Het hof grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan op de feiten en omstandig-heden die in de bewijsmiddelen zijn vervat en die reden geven tot de bewezenverklaring.
De bewijsmiddelen zullen in die gevallen waarin de wet aanvulling van het arrest met de bewijsmiddelen vereist in een aan dit arrest gehechte bijlage worden opgenomen.
9. Strafbaarheid van het bewezenverklaarde
Het onder 1, tweede alternatief bewezenverklaarde levert op:
Afpersing, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen.
Het onder 3 primair bewezenverklaarde levert op:
Diefstal, voorafgegaan en vergezeld van bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken, of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren.
Het onder 4 bewezenverklaarde levert op:
Bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht.
10. Strafbaarheid van de verdachte
Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dus strafbaar.
11. Strafmotivering
De advocaat-generaal mr. Renckens heeft gevorderd dat het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd en dat de verdachte terzake van het onder 1, tweede alternatief, 2 beide alternatieven, 3 en 4 tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 6 jaren, met aftrek van voorarrest.
Het hof heeft de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en op grond van de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan is gebleken uit het onderzoek ter terechtzitting.
Daarbij is in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen. Verdachte heeft een overval gepleegd op een benzinestation en heeft de kassier onder bedreiging van een vuurwapen gedwongen tot afgifte van de inhoud van de kassa. Een maand later heeft verdachte een overval op een bouwmarkt gepleegd. Bij deze overval was de kassamedewerker een handlanger van verdachte. Alhoewel aangenomen kan worden, dat deze handlanger zich niet bedreigd heeft gevoeld, kan dit zeer zeker niet gezegd worden van de overige medewerkers van deze bouwmarkt en de op dat moment aanwezige klanten. Verdachte heeft aan één van de klanten een pistool getoond en daarbij dreigende woorden uitgesproken. De andere aanwezigen zijn ook getuige geweest van deze gewapende overval en hebben daarbij de dreiging daarvan ondervonden.
Dit zijn zeer ernstige feiten, die grote angst en onrust veroorzaken bij de direct betrokkenen en de samenleving schokken.
Voorts is komen vast te staan dat de verdachte, blijkens een hem betreffend uittreksel uit het Justitieel Documentatieregister d.d. 6 maart 2002, meermalen is veroordeeld voor het plegen van vermogensdelicten, hetgeen hem er kennelijk niet van heeft weerhouden de onderhavige feiten te plegen.
Naar het oordeel van het hof komen de ernst van het bewezenverklaarde en de door het hof in aanmerking genomen omstandigheden onvoldoende tot uitdrukking in de door de eerste rechter opgelegde straf.
Het is op deze grond dat het hof de hierna te vermelden zwaardere straf zal opleggen dan door de eerste rechter is opgelegd.
12. Toepasselijke wettelijke voorschriften
Het hof heeft gelet op de artikelen 57, 285, 310, 312 en 317 van het Wetboek van Strafrecht.
13. Beslissing
Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht.
Verklaart niet bewezen dat de verdachte het onder 1, eerste alternatief en 2, beide alternatieven tenlastegelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Verklaart bewezen dat de verdachte het onder 1, tweede alternatief, 3 primair en 4 tenlastegelegde, zoals hierboven omschreven, heeft begaan.
Verklaart niet bewezen hetgeen terzake meer of anders is tenlastegelegd en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Bepaalt dat het onder 1, tweede alternatief, 3 primair en 4 bewezenverklaarde de hierboven vermelde strafbare feiten oplevert.
Verklaart de verdachte strafbaar terzake van het bewezenverklaarde.
Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van VIER JAREN.
Bepaalt dat de tijd, die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht, voorzover die tijd niet reeds op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht.
Dit arrest is gewezen door mrs. Klein Breteler, Davids en Den Os, in bijzijn van de griffier mr. Hol.
Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van het hof van 29 maart 2002.