ECLI:NL:GHSGR:2002:AF2033
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Raadkamer
- Reinking
- Van den Berg
- Van Bellen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging voorlopige maatregel tegen niet-toegelaten bestrijdingsmiddel Bakkenreiniger
De vennootschap werd verdacht van het in voorraad hebben, afleveren en verkopen van bestrijdingsmiddelen zonder toelating, met name het product Bakkenreiniger, dat niet was toegelaten volgens de Bestrijdingsmiddelenwet 1962. De rechtbank had de voorlopige maatregel ten aanzien van Bakkenreiniger gehandhaafd en de maatregel voor andere producten opgeheven. De vennootschap stelde hoger beroep in tegen het handhaven van de maatregel voor Bakkenreiniger.
Het hof overwoog dat de bestemming van een product niet uitsluitend aan de benaming wordt ontleend, maar aan de totale presentatie. Het etiket van Bakkenreiniger gaf aan dat het product organismen in of op bakken gedurende vijf dagen afweert, waardoor het als bestrijdingsmiddel in de zin van de wet moet worden beschouwd. De aanwezigheid van de werkzame stof zilverthiosulfaat werd bevestigd door een laboratorium.
De stelling van de vennootschap dat het product een reinigingsmiddel of meststof is, werd verworpen. Ook het argument dat de voorlopige maatregel alleen op basis van een klacht van een concurrent was opgelegd, werd niet gevolgd omdat de officier van justitie niet wist dat het laboratorium van de concurrent was en de maatregel rechtmatig was genomen. Het hof wees ook het verzoek af om uitvoer van het middel toe te staan vanwege controleerbaarheidsproblemen.
Het hof bevestigde de voorlopige maatregel en verwierp het hoger beroep, waarbij werd overwogen dat het belang van de wet en het voorkomen van ongewenste neveneffecten zwaarder wegen dan de economische belangen van de vennootschap.
Uitkomst: De voorlopige maatregel tegen de vennootschap inzake Bakkenreiniger wordt bevestigd en het hoger beroep verworpen.