ECLI:NL:GHSGR:2002:AF2540
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Fockema Andreae-Hartsuiker
- Labohm
- Punselie
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot vervangende toestemming erkenning kind wegens belangen van moeder en kind
De man verzocht om vervangende toestemming voor de erkenning van zijn kind, nadat de moeder haar toestemming had geweigerd. De rechtbank wees dit verzoek af, en het hof bevestigt deze beslissing in hoger beroep.
De moeder en het kind hebben een moeilijke periode doorgemaakt, onder andere door een gezamenlijke drugsverslaving. Inmiddels heeft de moeder haar verslaving overwonnen en woont het kind weer bij haar. Het rapport van de Raad van 21 augustus 2001 en verklaringen van betrokken deskundigen tonen aan dat het evenwicht in het gezin nog broos is. Erkenning door de man zou onrust veroorzaken die de opvoeding en ontwikkeling van het kind negatief beïnvloedt.
De man stelde dat hij al vier jaar in gezinsverband met het kind leefde en dat erkenning in het belang van het kind is. Hij respecteert de huidige omgangsregeling en wil het gezin niet verstoren. De moeder, de bijzondere curator en de advocaat-generaal benadrukken echter dat erkenning nu te veel stress voor de moeder betekent, met risico op psychiatrische decompensatie en negatieve gevolgen voor het kind.
Gezien deze omstandigheden acht het hof erkenning niet in het belang van het kind en bekrachtigt het de bestreden beschikking. Het hof sluit niet uit dat bij een blijvende positieve verandering in de thuissituatie in de toekomst een nieuw verzoek kan worden overwogen.
Uitkomst: Het hof wijst het verzoek tot vervangende toestemming voor erkenning af en bekrachtigt de bestreden beschikking.