ECLI:NL:GHSGR:2002:AF2555
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- De Bruijn-Lückers
- Gerretsen-Visser
- Van Leuven
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep tegen interlocutoire omgangsregeling
De moeder is in hoger beroep gekomen tegen een beschikking van de rechtbank Middelburg waarin een omgangsregeling werd vastgesteld waarbij drie door de Raad voor de Kinderbescherming begeleide herstelcontacten tussen de vader en het minderjarige kind zouden plaatsvinden. De rechtbank had de zaak voor een definitieve omgangsregeling aangehouden.
De moeder verzocht om vernietiging van de beschikking en aanvullende rapportage over de persoonlijke situatie van de vader, met expertise op het gebied van cognitieve stoornissen, en eventueel contra-expertise. Het hof oordeelde echter dat de bestreden beschikking een niet voor hoger beroep vatbare tussenbeschikking betrof, omdat het slechts een interlocutoire beslissing was die onderdeel uitmaakt van het door de raad uit te voeren onderzoek.
Daarom verklaarde het hof de moeder niet-ontvankelijk in haar hoger beroep. De zaak werd niet inhoudelijk behandeld, omdat de voorlopige omgangsregeling nog niet definitief was vastgesteld en de proefcontacten deel uitmaakten van het onderzoek door de raad.
Uitkomst: De moeder is niet-ontvankelijk verklaard in haar hoger beroep tegen de interlocutoire omgangsregeling.