ECLI:NL:GHSGR:2002:AF3629
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Duindam
- Fockema Andreae-Hartsuiker
- Zeven-Postma
- Rechtspraak.nl
Bevoegdheid hof in hoger beroep benoeming bewindvoerder nalatenschap curandus
De vrouw is in hoger beroep gekomen tegen de beschikking van de rechtbank die haar benoeming tot bewindvoerder over de nalatenschap van de vader van de curandus heeft afgewezen. De curandus is sinds 1972 onder curatele gesteld wegens een geestelijke stoornis. Na het overlijden van eerdere curatoren en bewindvoerders is er momenteel geen handelingsbevoegde bewindvoerder over de nalatenschap.
De vrouw verzocht de rechtbank haar te benoemen tot curator en bewindvoerder. De rechtbank wees het verzoek tot bewindvoering af, maar benoemde haar wel tot curator. In hoger beroep verzoekt de vrouw vernietiging van die afwijzing en alsnog benoeming tot bewindvoerder.
Het hof oordeelt dat de rechtbank in hoogste ressort heeft beslist en dat het hof daarom niet bevoegd is kennis te nemen van het hoger beroep. Dit volgt uit artikel 157 Rv Pro. oud. Het hof verklaart zich dan ook onbevoegd en wijst het hoger beroep af.
Uitkomst: Het hof verklaart zich niet bevoegd kennis te nemen van het hoger beroep en wijst het beroep af.