ECLI:NL:GHSGR:2002:AM2899
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- In 't Velt-Meijer
- Simonis
- Hooykaas
- Rechtspraak.nl
Beoordeling geldlening en zekerheden vennootschap onder artikel 2:207c BW
In deze zaak staat centraal of de door de vennootschap verstrekte lening aan Beheer en de daarbij verstrekte zekerheden in strijd zijn met artikel 2:207c van het Burgerlijk Wetboek. De vennootschap had een lening verstrekt aan Beheer, gefinancierd uit eigen middelen en een lening bij de Bank, waarbij zekerheden waren gesteld. De curator vorderde betaling wegens ongerechtvaardigde verrijking en stelde dat de financieringsovereenkomst en zekerheden nietig waren.
Het hof oordeelde dat de lening aan Beheer viel onder lid 2 van artikel 2:207c BW, dat leningen met het oog op het verkrijgen van aandelen toestaat binnen de grenzen van de vrije reserves en statutaire toestemming. De curator stelde dat de zekerheden die de vennootschap aan de Bank stelde, onder het verbod van lid 1 vielen, maar het hof verwierp deze ruime interpretatie en stelde dat de zekerheden betrekking hadden op eigen schuld van de vennootschap en niet direct met het verkrijgen van aandelen samenhingen.
De financiële situatie van de vennootschap in 1989 werd beoordeeld aan de hand van de balans, waaruit bleek dat de vrije reserves voldoende waren om de lening te dekken. De curator kon zijn stelling dat de lening de vrije reserves te boven ging niet voldoende onderbouwen. Het hof liet vragen over bestuurdersaansprakelijkheid en onrechtmatigheid buiten beschouwing en bekrachtigde het vonnis van de rechtbank, wijzend de vorderingen van de curator af en veroordeelde hem in de kosten.
Uitkomst: Het hof wijst het hoger beroep van de curator af en bekrachtigt het vonnis van de rechtbank.