ECLI:NL:GHSGR:2003:AF5898
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening
- Tijnagel
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen navorderingsaanslag wegens buitenlandse bankrekening niet aannemelijk
Verzoeker, een hovenier en ondernemer, kreeg een navorderingsaanslag opgelegd voor het jaar 1990 wegens vermeende niet aangegeven rente-inkomsten van een buitenlandse bankrekening. Verzoeker betwistte het bestaan van deze rekening en de hoogte van de aanslag en vroeg om een voorlopige voorziening om de navorderingsaanslag te schorsen.
De voorzieningenrechter stelde vast dat verweerder onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat verzoeker in 1990 over een buitenlandse bankrekening beschikte waaruit rente-inkomsten werden genoten. De relatie tussen het saldo in 1994 en de nagevorderde bedragen bleef onduidelijk. Verzoeker toonde aan dat hij ernstig in zijn bedrijfsbelang werd geschaad doordat investeringen niet konden doorgaan vanwege de aanslag en het uitblijven van financiering.
De voorzieningenrechter oordeelde dat het besluit van verweerder lichtvaardig was genomen en dat verzoeker onevenredig nadeel leed. Daarom werd de navorderingsaanslag geschorst tot zes weken na de uitspraak op bezwaar, met het verbod voor verweerder om executie- en invorderingsmaatregelen te treffen gedurende die periode. Verzoeker kreeg tevens proceskosten en griffierecht vergoed.
Uitkomst: De navorderingsaanslag wordt geschorst tot zes weken na de uitspraak op bezwaar en verweerder wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.