ECLI:NL:GHSGR:2003:AF6114
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- De Wild
- Boele
- Waardenburg
- Rechtspraak.nl
Toewijzing voorlopig getuigenverhoor inzake mogelijke schending humanitair oorlogsrecht bij NAVO-aanvallen
Appellanten, slachtoffers of nabestaanden van slachtoffers van NAVO-aanvallen in 1999, vorderden een voorlopig getuigenverhoor om informatie te verkrijgen over de rechtmatigheid van deze militaire acties. Zij wilden vier getuigen horen, waaronder toenmalige ministers en de voorzitter van de Tweede Kamer, met vragen over waarschuwingen vooraf, gebruikte wapens en de rol van Nederland.
De Staat bestreed het verzoek primair wegens gebrek aan belang en subsidiair wegens misbruik van bevoegdheid, stellende dat alle relevante informatie al openbaar was. Het hof oordeelde echter dat het belang van appellanten niet ontzegd kon worden, omdat het agressieverbod internationaal alleen door staten kan worden ingeroepen, maar schending van humanitair oorlogsrecht wel een grond voor civiele vordering kan zijn.
Het hof verwierp het verweer dat alle relevante informatie reeds beschikbaar was en dat het verzoek misbruik van bevoegdheid betrof. Het getuigenverhoor wordt beperkt tot vier getuigen en tot de vraag of normen van humanitair oorlogsrecht zijn geschonden bij de aanvallen op de RTS-studio en Nis. De zaak wordt terugverwezen naar de rechtbank om het getuigenverhoor te laten plaatsvinden.
De Staat wordt veroordeeld in de kosten van het hoger beroep, waarbij de eerdere proceskostenveroordeling van de rechtbank in stand blijft. Het hof benadrukt dat het recht op een voorlopig getuigenverhoor niet wordt belemmerd door mogelijke geheimhoudingsplichten van getuigen.
Uitkomst: Het hof wijst het verzoek tot voorlopig getuigenverhoor toe en verwijst de zaak terug naar de rechtbank.