ECLI:NL:GHSGR:2003:AF6483
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep kort geding
- Schuering
- Husson
- Reiling
- Rechtspraak.nl
Beperking en handhaving concurrentiebeding na beëindiging arbeidsovereenkomst
Werknemer trad op 1 april 1999 in dienst bij CEA Systems als CAD manager Benelux, met een arbeidsovereenkomst waarin een geheimhoudingsplicht en een concurrentiebeding waren opgenomen. Het dienstverband eindigde op 31 juli 2002, waarna werknemer in dienst trad bij directe concurrent Innotec. CEA Systems vorderde een verbod op deze werkzaamheden en een dwangsom bij overtreding.
De voorzieningenrechter oordeelde dat werknemer zich een jaar aan het concurrentiebeding moest houden en stelde een dwangsom vast. Werknemer stelde in hoger beroep onder meer dat het beding niet van toepassing was, dat Innotec geen directe concurrent was en dat het beding te ruim was qua duur en geografische reikwijdte.
Het hof oordeelde dat werknemer de arbeidsovereenkomst zelf had opgezegd, dat Innotec en CEA Systems concurrerende bedrijven zijn binnen dezelfde plantdesignmarkt, en dat het concurrentiebeding niet limitatief was qua genoemde bedrijven. Het hof beperkte de duur van het beding tot één jaar na einde dienstverband, gelet op de marktpraktijk en belangen van partijen.
Werknemers verzoek tot buitenwerkingstelling van het beding per 1 augustus 2003 werd toegewezen, maar het beding blijft tot die datum gelden. De gevorderde vergoeding voor de duur van het beding werd afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing. De proceskosten werden deels toegewezen en het vonnis van de voorzieningenrechter vernietigd en vervangen door dit arrest.
Uitkomst: Het concurrentiebeding geldt tot één jaar na einde dienstverband met een dwangsom bij overtreding en wordt per 1 augustus 2003 buiten werking gesteld.