ECLI:NL:GHSGR:2003:AF6928
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Tijnagel
- Rechtspraak.nl
Belastingrechtelijke beoordeling van inkomsten en kosten musicus in dienstbetrekking en als uitvoerend musicus
Belanghebbende is docent klassieke gitaar in dienstbetrekking en daarnaast uitvoerend musicus in het ensemble "C". Voor het jaar 1998 betwistte hij de aanslag inkomstenbelasting waarbij de Inspecteur de inkomsten uit optredens niet als inkomsten uit arbeid buiten dienstbetrekking erkende en de aftrek van beroepskosten weigerde.
Het hof overweegt dat de werkzaamheden voor B en "C" slechts als één bron van inkomen kunnen worden beschouwd indien sprake is van zelfstandige beroepsuitoefening, hetgeen niet is vastgesteld. De werkzaamheden zijn dus niet als zelfstandige beroepsuitoefening aan te merken.
Ten aanzien van de werkzaamheden als uitvoerend musicus stelt het hof vast dat belanghebbende deelneemt aan het economische verkeer en geldelijk voordeel beoogt. Ondanks dat de opbrengsten in 1998 de kosten niet overstijgen, acht het hof, mede gelet op eerdere jaren en de verwachting van positieve opbrengsten, de werkzaamheden als bron van inkomen.
Daarom is artikel 22, eerste lid, onderdeel b, van de Wet van toepassing en kunnen de beroepskosten in aftrek worden gebracht. Het hof vermindert de aanslag en veroordeelt de Inspecteur in de proceskosten. De uitspraak is op 26 februari 2003 openbaar uitgesproken.
Uitkomst: Het gerechtshof heeft de aanslag verminderd en de beroepskosten in aftrek toegelaten, waardoor het beroep van belanghebbende gegrond werd verklaard.