ECLI:NL:GHSGR:2003:AF6948
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Vonk
- Rechtspraak.nl
Beoordeling waardebepaling woning na verbouwing en vergelijking met vergelijkbare woning
Belanghebbende betwist de WOZ-waarde van zijn woning, vastgesteld op ƒ 556.000 (€ 252.301), en vordert een vermindering tot ƒ 533.538 (€ 242.109). De woning betreft een twee-onder-een-kapwoning met een carport die mogelijk omgebouwd had kunnen worden tot garage. Ter vergelijking is een naastgelegen woning met garage en extra woonkamer betrokken, die op ƒ 551.000 (€ 250.032) is gewaardeerd.
Belanghebbende stelt dat het verschil in waarde tussen zijn woning en de naastgelegen woning onterecht is, mede vanwege de extra grond en de hogere kosten van de verbouwing van de carport tot garage. Het hof stelt vast dat het verschil in waarde tussen carport en garage niet meer dan ƒ 17.000 bedraagt en dat de bouwkundige verschillen tussen beide woningen geen waardeverlies veroorzaken.
Na beoordeling van het taxatierapport en de overige stukken concludeert het hof dat de Inspecteur aannemelijk heeft gemaakt dat de waarde van de woning op de waardepeildatum ten minste ƒ 556.000 bedroeg. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de WOZ-waardebepaling wordt ongegrond verklaard en de waarde van de woning blijft ƒ 556.000 (€ 252.301).