ECLI:NL:GHSGR:2003:AF7092
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Biemond
- Nederveen
- Rechtspraak.nl
Beoordeling tariefgroepindeling voor alleenstaande-ouderaftrek in inkomstenbelasting 2000
Belanghebbende, ongehuwd en woonachtig op een eigen adres in 2000, voerde bezwaar aan tegen haar indeling in tariefgroep 2 voor de inkomstenbelasting, terwijl zij aanspraak maakte op tariefgroep 4 (alleenstaande-ouderaftrek). Zij had twee zoons, waaronder E, die in dat jaar grotendeels elders verbleef vanwege detentie en opname in een a-kliniek.
De kern van het geschil betrof de vraag of belanghebbende een huishouding voerde met haar zoon E gedurende meer dan zes maanden in 2000 en of zij hem in belangrijke mate financieel ondersteunde. Het hof oordeelde dat de door belanghebbende gestelde verblijfsduur en verzorging onvoldoende aannemelijk waren gemaakt en dat ook het onderhoudscriterium niet was voldaan.
Op grond van artikel 55, vijfde lid, van de Wet op de inkomstenbelasting 1964, geldt de alleenstaande-ouderaftrek alleen voor ouders die feitelijk een huishouding voeren met een kind dat zij onderhouden. Het hof concludeerde dat belanghebbende terecht was ingedeeld in tariefgroep 2 en verklaarde het beroep ongegrond. Proceskosten werden niet toegewezen.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende tegen de indeling in tariefgroep 2 wordt ongegrond verklaard.