ECLI:NL:GHSGR:2003:AF7798
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling verzoeken verdediging inzake BVD/AIVD-informatie en procesrechtelijke waarborgen
In deze tussenbeslissing behandelt het Gerechtshof 's-Gravenhage verzoeken van de verdediging gericht op het horen van getuigen, het toevoegen van stukken en het verkrijgen van kopieën van afgeluisterde telefoongesprekken die door de Binnenlandse Veiligheidsdienst (BVD) aan het openbaar ministerie zijn verstrekt.
Het hof bespreekt de wettelijke kaders van de taken en bevoegdheden van de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (AIVD), de opvolger van de BVD, zoals neergelegd in de Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten 2002 (WIV 2002). Hierbij benadrukt het hof de strikte scheiding tussen inlichtingenwerk en strafrechtelijke opsporing, de geheimhoudingsplicht van de AIVD en het vertrouwensbeginsel tussen AIVD en justitie.
Het hof wijst verzoeken af om het hoofd van de AIVD en bronnen als getuigen op te roepen vanwege geheimhoudingsverplichtingen. Wel erkent het hof het belang van de verdediging om afgeluisterde gesprekken te beluisteren en stelt het voor een veilige bestudering van de CD-rom met telefoontaps te organiseren zonder kopie te verstrekken. Het hof verzoekt de advocaat-generaal informatie in te winnen over de selectie van gesprekken die aan justitie zijn verstrekt.
Ten slotte constateert het hof dat er geen aanwijzingen zijn dat de bevoegdheden van de AIVD zijn overschreden en dat de inzet van een criminele burgerinfiltrant niet in het onderzoek heeft plaatsgevonden, waardoor het achterwege laten van bepaalde getuigen niet tot nadeel van de verdediging leidt.
Uitkomst: Verzoeken van de verdediging worden grotendeels afgewezen met beperkte toegang tot afgeluisterde gesprekken onder geheimhoudingsvoorwaarden.