ECLI:NL:GHSGR:2003:AF8277
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Borgesius
- Reinking
- Van den Berg
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep valsheid in geschrift en ambtelijke corruptie provincie Zuid-Holland
In deze strafzaak stond de verdachte terecht voor meerdere feiten van valsheid in geschrift en het aannemen van giften in zijn hoedanigheid als ambtenaar van de provincie Zuid-Holland. De tenlastelegging betrof onder meer het opmaken van valse courtagenota's en het aannemen van steekpenningen in ruil voor het verstrekken van advies bij financiële transacties van de provincie.
De verdediging voerde onder meer aan dat de dagvaarding niet duidelijk was en dat de nota's rechtmatig waren, maar het hof verwierp deze verweren. Het hof oordeelde dat de term "courtage" in de nota's valselijk was gebruikt omdat er geen sprake was van bemiddeling, maar alleen van advieswerkzaamheden. Tevens werd vastgesteld dat de verdachte samen met anderen valse documenten had opgesteld om de betalingen te verhullen.
Het hof sprak de verdachte vrij van enkele tenlastegelegde feiten wegens onvoldoende bewijs, maar achtte bewezen dat hij medepleegde aan valsheid in geschrift en als ambtenaar giften aannam met het oogmerk zijn plicht te schenden. Gelet op de ernst van de feiten, de persoonlijke omstandigheden van verdachte en de context van het besluit tot riskante geldmarkttransacties door de provincie, legde het hof een gevangenisstraf van zes maanden (voorwaardelijk) en een werkstraf van 240 uur op.
Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot zes maanden gevangenisstraf, waarvan drie maanden voorwaardelijk, en een werkstraf van 240 uur wegens medeplegen van valsheid in geschrift en ambtelijke corruptie.