ECLI:NL:GHSGR:2003:AF9000
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- In 't Velt-Meijer
- Beyer-Lazonder
- Husson
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen ontslag op staande voet wegens ziekteverzuim
De werknemer was sinds mei 2000 in dienst bij Joh. Smit. Na een ziekteperiode meldde hij zich op 18 april 2001 weer op het werk, maar vertrok na circa vijf minuten ziek naar huis. Joh. Smit stuurde hem een aangetekende brief waarin hij werd verzocht uiterlijk 23 april 2001 te verschijnen of een second opinion te vragen, met de waarschuwing dat anders ontslag op staande voet zou volgen. De werknemer verscheen niet en werd op 23 april 2001 op staande voet ontslagen.
De rechtbank verklaarde het ontslag nietig. In hoger beroep betwistte Joh. Smit dit en voerde aan dat de werknemer de brief al op 19 april 2001 had ontvangen en dat hij niet tijdig contact had opgenomen. Het hof oordeelde dat de brief inderdaad op 19 april was ontvangen, maar dat de brief niet duidelijk maakte dat direct contact vóór 23 april noodzakelijk was. Hierdoor was het ontslag op staande voet onterecht.
Verder werd vastgesteld dat er geen sprake was van structureel overwerk en dat het vaste maandsalaris van ƒ 4.326,28 als uitgangspunt moest gelden. De loonvordering van de werknemer werd ambtshalve gematigd tot drie maanden loon plus vakantiegeld en een wettelijke verhoging van 10%. De arbeidsovereenkomst was voorwaardelijk ontbonden met een vergoeding van € 12.721,27 bruto. Joh. Smit werd veroordeeld tot betaling van het gematigde loonbedrag, wettelijke verhoging en rente, en tot betaling van proceskosten.
Uitkomst: Het ontslag op staande voet is nietig verklaard en de werkgever is veroordeeld tot betaling van een gematigde loonvordering met wettelijke verhoging en rente.