ECLI:NL:GHSGR:2003:AF9030
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Duindam
- Gerretsen-Visser
- De Bruijn-Lückers
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid verzoek tot opheffing en ontslag mentorschap wegens gebrek aan bevoegdheid
De man, gehuwd met een dementerende vrouw die in een verpleeghuis verblijft, had bij de kantonrechter een mentorschap ingesteld voor zijn echtgenote. Hij verzocht vervolgens de rechtbank om het mentorschap op te heffen, hetgeen werd afgewezen. In hoger beroep stelde hij dat het mentorschap moest worden opgeheven en subsidiair dat de mentor ontslagen moest worden.
Het hof oordeelde dat de man niet tot de kring van personen behoort die een verzoek tot opheffing of ontslag van een mentor kunnen indienen, en dat hij daarom niet-ontvankelijk is in zijn verzoeken. Bovendien heeft hij geen gronden aangevoerd voor opheffing van het mentorschap zelf, maar richtte zijn beroep feitelijk alleen tegen de persoon van de mentor.
Het hof vernietigde de bestreden beschikking en verklaarde de man niet-ontvankelijk in zijn verzoeken. Tevens werd overwogen dat zonder voordracht van een andere mentor het ontslagverzoek inhoudelijk zou moeten worden afgewezen. De noodzaak van het mentorschap blijft daarmee bestaan.
Uitkomst: De man is niet-ontvankelijk verklaard in zijn verzoek tot opheffing en ontslag van het mentorschap.