ECLI:NL:GHSGR:2003:AF9368
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Stille
- Labohm
- Van der Burght
- Rechtspraak.nl
Vermogensrechtelijke afwikkeling huwelijk met verrekenbeding na echtscheiding
De man en vrouw zijn gehuwd op huwelijkse voorwaarden met een verrekenbeding. Na hun echtscheiding in 2002 ontstond een geschil over de vermogensrechtelijke afwikkeling, waarbij de rechtbank de man niet-ontvankelijk verklaarde in zijn verzoek tot verrekening. Het hof oordeelt dat deze niet-ontvankelijkverklaring onterecht was, omdat het verzoek tot verrekening als nevenvoorziening bij echtscheiding kan worden behandeld zonder onnodige vertraging.
Tijdens de procedure kwam naar voren dat partijen op 23 mei 2002 een concept echtscheidingsconvenant overeenkwamen, waarin afspraken over de verrekening waren vastgelegd. De vrouw betwistte de totstandkoming van deze overeenkomst niet gemotiveerd, maar trok deze later wel in. Het hof stelt vast dat het convenant rechtsgeldig tot stand is gekomen, met uitzondering van enkele later toegevoegde passages.
Het hof veroordeelt de vrouw tot betaling van €76.416,59, vermeerderd met wettelijke vertragingsrente vanaf 23 juli 2002, en tot het opheffen van door haar gelegde beslagen. Tevens moet zij ervoor zorgen dat de man wordt ontslagen uit zijn mede gehoudenheid voor een hypotheekschuld. Het incidentele verzoek van de vrouw om alimentatie wordt afgewezen omdat zij inmiddels hertrouwd is en voldoende eigen inkomsten heeft. De kosten van het hoger beroep worden ieder door eigen partij gedragen.
Uitkomst: De vrouw wordt veroordeeld tot betaling van €76.416,59 met rente en opheffing van beslagen, en het hof vernietigt de niet-ontvankelijkverklaring van de man.