ECLI:NL:GHSGR:2003:AF9377
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Savelbergh
- Rechtspraak.nl
Beoordeling verliesverrekening inkomstenbelasting na overlijden echtgenoot
Belanghebbende heeft in haar aangifte inkomstenbelasting 1999 een verlies van ƒ 8.235 uit 1998 opgegeven, voortkomend uit negatief inkomen door buitengewone lasten na het overlijden van haar echtgenoot.
De Inspecteur corrigeerde de aanslag door het verlies te verrekenen met het jaar 1995, omdat de wet een dwingende volgorde voorschrijft voor verliesverrekening. Belanghebbende wilde het verlies verrekenen met 1999 en stelde dat zij door de weigering werd gediscrimineerd ten opzichte van weduwen zonder eigen inkomen.
Het hof oordeelt dat de wet (artikel 51 Wet Pro op de Inkomstenbelasting 1964) de volgorde van verrekening voorschrijft en dat belanghebbende geen keuzevrijheid heeft. Het beroep op het gelijkheidsbeginsel faalt omdat weduwen met eigen inkomen niet gelijk zijn aan weduwen zonder eigen inkomen.
Het beroep wordt ongegrond verklaard en er worden geen proceskosten toegewezen.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard en de aanslag wordt gehandhaafd.