ECLI:NL:GHSGR:2003:AF9632
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Van den Wildenberg
- De Bruijn-Lückers
- Labohm
- Rechtspraak.nl
Toewijzing huurrecht echtelijke woning bij duurzame ontwrichting huwelijk
De vrouw heeft in 1999 een verzoek tot echtscheiding ingediend en daarbij gevraagd om toewijzing van het huurrecht van de gezamenlijke woning aan haar toe te kennen. De man heeft geen verweer gevoerd tegen het verzoek tot echtscheiding, maar is in hoger beroep gekomen tegen de beschikking waarbij de echtscheiding werd uitgesproken en het huurrecht aan de vrouw werd toegekend.
In hoger beroep betwist de man de duurzame ontwrichting van het huwelijk en stelt dat hij recht heeft op het huurrecht van de woning, omdat hij het moeilijker zou hebben om woonruimte te vinden. De vrouw stelt dat het huwelijk onder dwang tot stand kwam, dat er nooit sprake was van feitelijke samenwoning en dat zij sinds eind 1996 de woning huurt en de lasten betaalt.
Het hof oordeelt dat het huwelijk duurzaam is ontwricht, gelet op het ontbreken van feitelijke samenwoning en het ontbreken van uitzicht op herstel van de echtelijke verhoudingen. Het hof wijst het huurrecht toe aan de vrouw, omdat zij de woning al sinds eind 1996 huurt en de lasten draagt, terwijl de man slechts kort in de woning heeft verbleven en onvoldoende inspanningen heeft verricht om zelf woonruimte te vinden.
De bestreden beschikking wordt daarom bekrachtigd, zowel wat betreft de echtscheiding als de toewijzing van het huurrecht aan de vrouw.
Uitkomst: Het hof bevestigt de duurzame ontwrichting en wijst het huurrecht van de woning toe aan de vrouw.