ECLI:NL:GHSGR:2003:AF9644
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Duindam
- Dusamos
- Pannekoek-Dubois
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep tegen echtscheiding wegens ontbreken bijzondere omstandigheden
De vrouw is in hoger beroep gekomen tegen de echtscheidingsbeschikking van de rechtbank te 's-Gravenhage van 26 augustus 2002. Zij betoogt dat zij belang heeft bij het uitstellen van de inschrijving van de echtscheiding om de alimentatieverplichting te verlengen tot twaalf jaar, langer dan de duur van het huwelijk. De vrouw baseert dit op het feit dat het huwelijk kinderloos was en korter dan vijf jaar duurde, maar dat partijen voorafgaand negen jaar samenleefden, wat bijzondere omstandigheden zou vormen.
De man verzoekt de vrouw niet-ontvankelijk te verklaren omdat zij geen inhoudelijke grief tegen de echtscheiding zelf heeft en het hoger beroep misbruik van procesrecht oplevert. Het hof oordeelt dat de vrouw inderdaad geen inhoudelijke bezwaren tegen de echtscheiding heeft en haar beroep louter is gericht op het verlengen van de inschrijvingstermijn om alimentatieverplichtingen te beïnvloeden.
Het hof stelt dat de wettelijke regeling in art. 1:157 lid 6 BW Pro de termijn voor alimentatieverplichting bepaalt en dat deze termijn niet opgerekt wordt, tenzij bijzondere omstandigheden zich voordoen. Het hof acht die bijzondere omstandigheden niet aanwezig en wijst het beroep af wegens niet-ontvankelijkheid.
De vrouw wordt daarom niet-ontvankelijk verklaard in haar hoger beroep tegen de echtscheiding. De verdere behandeling van de zaak wordt aangehouden voor een nader te bepalen datum.
Uitkomst: De vrouw wordt niet-ontvankelijk verklaard in haar hoger beroep tegen de echtscheiding wegens het ontbreken van bijzondere omstandigheden.