ECLI:NL:GHSGR:2003:AG5045
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- mr. Vonk
- Rechtspraak.nl
Gerechtshof stelt waarde woning vast op 124.000 gulden in WOZ-zaak
Belanghebbende betwistte de door de Inspecteur vastgestelde WOZ-waarde van haar woning op de waardepeildatum 1 januari 1999, die was vastgesteld op ƒ146.000. De Inspecteur baseerde zijn waardering op een taxatierapport van een onafhankelijke taxateur, terwijl belanghebbende een lagere waarde van ƒ95.000 aanvoerde.
Tijdens de mondelinge behandeling verscheen alleen de Inspecteur, die stelde dat de aankoopprijs van belanghebbende in 2000 onder de werkelijke waarde lag, maar het hof vond deze stelling onvoldoende onderbouwd. Het hof nam de verkoopprijzen uit 1996 en 2000 mee en concludeerde dat de waarde op de peildatum niet lager kon zijn dan de verkoopprijs uit 1996.
De door belanghebbende aangevoerde verbeteringen aan de woning werden buiten beschouwing gelaten omdat niet was gebleken dat deze vóór 1 januari 2001 waren aangebracht. Na afweging van alle bewijsmiddelen stelde het hof de waarde vast op ƒ124.000, rekening houdend met de slechte onderhoudstoestand van de woning.
Het hof oordeelde dat er geen sprake was van motiveringsgebrek in de bezwaarfase en dat de Inspecteur niet verplicht was een taxatierapport toe te zenden. Het beroep werd gegrond verklaard en de beschikking gewijzigd. De gemeente werd veroordeeld het betaalde griffierecht te vergoeden.
Uitkomst: De WOZ-waarde van de woning werd vastgesteld op ƒ124.000 en het beroep van belanghebbende gegrond verklaard.