ECLI:NL:GHSGR:2003:AG5122
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- mr. Vonk
- Rechtspraak.nl
Gerechtshof stelt waarde woonhuis vast op 225.000 gulden na bezwaar WOZ-waarde
Belanghebbende maakte bezwaar tegen de WOZ-waarde van zijn bovenwoning aan een winkelstraat, die door de Inspecteur was vastgesteld op ƒ 275.000 (€ 124.900) per 1 januari 1999. Belanghebbende stelde een lagere waarde van ƒ 147.000 (€ 66.705) voor. Het geschil betrof de juiste waardering van de woning op de waardepeildatum.
De Inspecteur bracht een taxatierapport in van een taxateur die de woning in 2002 had getaxeerd, maar het hof oordeelde dat de gebruikte vergelijkingsobjecten niet maatgevend waren vanwege de afstand tot de waardepeildatum en het verschil in gebruiksdoel (beleggingsobjecten versus particuliere bovenwoningen). Ook werden vergelijkingen met woningen in een betere staat in een andere straat niet aanvaard.
Het hof concludeerde dat geen van de door partijen voorgestane waarden volledig juist was en stelde de waarde in goede justitie vast op ƒ 225.000 (€ 102.100). Daarnaast veroordeelde het hof de Inspecteur in de proceskosten en gelastte de gemeente Schiedam vergoeding van griffierecht en kosten aan belanghebbende.
De uitspraak werd mondeling gedaan op 23 mei 2003 en schriftelijke vervanging is mogelijk, maar beroep in cassatie is uitgesloten.
Uitkomst: De WOZ-waarde van de woning werd vastgesteld op ƒ 225.000 (€ 102.100) en het beroep van belanghebbende werd gegrond verklaard.