ECLI:NL:GHSGR:2003:AH9227
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Biemond
- Rechtspraak.nl
Waarde van woning met bodemverontreiniging en kosten bodemsanering
Belanghebbende is gebruiker en genothebbende van een vrijstaande woning met vervuilde grond. De bodemverontreiniging leidde tot een geschil over de waarde van de woning per 1 januari 1999. Belanghebbende stelde dat de woning door de vervuiling onverkoopbaar was en vorderde een nihilwaarde, terwijl de Inspecteur uitging van schone grond en een waarde van ƒ 437.000 (€ 198.301).
Het hof oordeelt dat de waarde moet worden vastgesteld op basis van de staat van de woning op de waardepeildatum, inclusief het waardedrukkende effect van de bodemverontreiniging. Omdat belanghebbende de grond in 2001 voor eigen rekening heeft laten saneren en niet is gebleken dat deze kosten op een derde verhaalbaar zijn, moet de waarde worden verminderd met de saneringskosten.
De saneringskosten zijn door de Inspecteur geraamd op ƒ 150.000, wat belanghebbende niet heeft betwist. De waarde van de woning wordt daarom vastgesteld op ƒ 409.000 (€ 185.596). Het hof verklaart het beroep gegrond, vernietigt het bestreden besluit en veroordeelt de Inspecteur in de proceskosten, die worden vastgesteld op € 40, en wijst de gemeente aan als de kostenveroorzaker. Tevens wordt het gestorte griffierecht aan belanghebbende vergoed.
Uitkomst: De waarde van de woning wordt vastgesteld op ƒ 409.000 (€ 185.596) rekening houdend met de bodemverontreiniging en saneringskosten.