ECLI:NL:GHSGR:2003:AI0353
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Schuering
- Beyer-Lazonder
- Husson
- Rechtspraak.nl
Hof beslist dat huurovereenkomst niet stilzwijgend is verlengd na verhuizing huurder
Firma X huurde bedrijfsruimte van Van der Poel en zegde de huurovereenkomst per 1 december 1998 op vanwege een nieuwe huurovereenkomst voor een ander pand. Door vertraging in de oplevering verhuisde Firma X uiteindelijk pas in december 1999. Tot en met 31 december 1999 betaalde Firma X huur. De rechtbank oordeelde dat de huurovereenkomst nog voortduurde en dat Firma X huur verschuldigd was tot 1 april 2000.
Het hof stelde vast dat partijen na 1 april 1999 een tijdelijke huurovereenkomst hadden gesloten met het oog op de verhuizing. Deze overeenkomst had het karakter van een beëindigingsovereenkomst. Bij oplevering van het pand en overhandiging van de sleutels eind december 1999 mocht Firma X aannemen dat de huurovereenkomst was beëindigd.
Van der Poel had niet tijdig duidelijk gemaakt dat hij de huurovereenkomst wilde voortzetten. De latere mededeling van makelaarskantoor Zwolle in februari 2000 dat de huurovereenkomst onverminderd voortduurde was te laat om de beëindiging per 31 december 1999 te weerleggen. Het hof oordeelde dat het risico van leegstand niet voor rekening van Firma X kwam, maar voor Van der Poel.
Daarom vernietigde het hof het vonnis van de rechtbank, wees de vorderingen van Van der Poel af en veroordeelde hem in de proceskosten van eerste aanleg en hoger beroep.
Uitkomst: Het hof vernietigt het vonnis van de rechtbank en wijst de vorderingen van Van der Poel af, waarbij de huurovereenkomst per 31 december 1999 is geëindigd.