ECLI:NL:GHSGR:2003:AI0469
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- mr. Schuurman
- Rechtspraak.nl
Beoordeling overmacht bij fosfaatheffing in mineralenheffing 1998
Belanghebbende exploiteerde een agrarisch bedrijf en had per 1 januari 1999 het pluimveebedrijf gestaakt. Voor 1998 deed hij een forfaitaire aangifte mineralenheffing met een bedrag van ƒ 6.137 aan fosfaatheffing. Hij maakte bezwaar tegen de heffing en voerde overmacht aan wegens een extreem nat najaar waardoor kippenmest niet in 1998 kon worden afgevoerd, maar pas in 1999.
De Inspecteur verklaarde het bezwaar ongegrond. Het geschil concentreerde zich op de vraag of de fosfaatheffing wegens overmacht op nihil moest worden vastgesteld. Het hof overwoog dat de Meststoffenwet voorschriften bevat die direct leiden tot heffing bij aangifte van belastbare hoeveelheden fosfaat en stikstofverlies. De omstandigheden van belanghebbende doen hieraan niet af.
Verder wees het hof op het onderscheid tussen forfaitaire en verfijnde mineralenheffing. Belanghebbende had gekozen voor forfaitaire aangifte, waardoor hij niet kon profiteren van verrekening van verliezen over meerdere jaren. Ook kwam hij niet in aanmerking voor de vrijstellingsregeling waterschade, die alleen geldt voor akker- en tuinbouwbedrijven die verfijnde heffing toepassen en schade door achtergebleven gewassen.
Het beroep op het gelijkheidsbeginsel faalde omdat de situatie van belanghebbende niet vergelijkbaar was met die regeling. Het hof verklaarde het beroep ongegrond en wees proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: Het beroep op overmacht wordt ongegrond verklaard en de fosfaatheffing blijft ongewijzigd.