ECLI:NL:GHSGR:2003:AI0470
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- mr. Schuurman
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid bezwaar stikstofheffing bij nihilaangifte bevestigd
Belanghebbende heeft voor het jaar 1998 een verfijnde aangifte mineralenheffing ingediend, waarin hij aangaf geen fosfaat- en stikstofheffing verschuldigd te zijn, en bezwaar gemaakt tegen de stikstofheffing. De Inspecteur verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk omdat bezwaar tegen een nihilaangifte niet openstaat volgens artikel 24 van Pro de Algemene wet inzake rijksbelastingen (AWR).
Het geschil betrof de vraag of deze niet-ontvankelijkverklaring terecht was. Het hof overwoog dat de AWR van overeenkomstige toepassing is op de mineralenheffingen en dat bezwaar tegen het bedrag op aangifte alleen openstaat indien belasting is voldaan. Bij nihilaangifte is dat niet het geval, zodat het bezwaar niet ontvankelijk is.
Belanghebbende stelde dat hij wel een belang had vanwege de mogelijkheid tot verrekening van mineralenverliezen in de toekomst. Het hof verwees naar artikel 43 van Pro de Meststoffenwet, waarin verrekening en teruggaaf op verzoek door de Inspecteur bij voor bezwaar vatbare beschikking geschieden. Alleen tegen die beschikking kan bezwaar worden gemaakt, en die procedure was inmiddels gestart.
Het hof verklaarde het beroep ongegrond en zag geen aanleiding voor proceskostenveroordeling. De uitspraak werd op 22 mei 2003 in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: Het beroep tegen de niet-ontvankelijkverklaring van het bezwaar tegen de stikstofheffing is ongegrond verklaard.