ECLI:NL:GHSGR:2003:AI0471
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- mr. Vonk
- Rechtspraak.nl
Beoordeling marktwaardetoeslag en bijzondere tariefheffing inkomstenbelasting 1999
Belanghebbende was in 1999 werkzaam als IT-specialist bij B en ontving in dat jaar een marktwaardetoeslag van ƒ 14.822, verdeeld over twee termijnen. B had deze toeslag ingevoerd vanwege schaarste op de arbeidsmarkt en het niet-marktconforme salaris van IT-personeel.
Het geschil betrof de vraag of deze toeslag belast moest worden tegen het bijzondere tarief van artikel 57, lid 2, van de Wet op de inkomstenbelasting 1964. Belanghebbende verklaarde dat hij niet de intentie had om elders te gaan werken, noch dat derden hem daartoe bewogen hadden.
Het hof oordeelde dat de toeslag was verstrekt om belanghebbende aan B te binden en zijn werkzaamheden daar voort te zetten, en niet om te verhinderen dat hij elders zou gaan werken. Daarom kon de toeslag niet worden aangemerkt als een vergoeding voor het nalaten van werkzaamheden in de zin van artikel 31, tweede lid, van de Wet, en was het bijzondere tarief niet van toepassing.
Verder stelde belanghebbende dat bij andere belastingplichtigen de toeslag wel naar het bijzondere tarief was belast, maar het hof vond onvoldoende bewijs voor een begunstigend beleid of schending van het gelijkheidsbeginsel. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de toeslag wordt niet belast tegen het bijzondere tarief.