ECLI:NL:GHSGR:2003:AI0508
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep kort geding
- De Wild
- Beyer-Lazonder
- Reiling
- Rechtspraak.nl
Beoordeling coöptatierecht en verhuurvrijheid in studentenhuis te Leiden
In deze zaak stond centraal of de zittende huursters in een studentenhuis een recht hadden op instemming bij de verhuur van vrijgekomen kamers en of de verhuurder eenzijdig kon besluiten geen kamers meer te verhuren. De verhuurder had in april 2002 schriftelijk medegedeeld geen vrijgekomen kamers meer te willen verhuren, waarna nieuwe huursters zonder zijn instemming introkken.
De huursters stelden dat op grond van de huurovereenkomst en het coöptatierecht zij instemmingsrecht hadden bij nieuwe huurders en dat de verhuurder deze rechten niet eenzijdig kon wijzigen. Het hof oordeelde dat hoewel zittende huurders invloed kunnen hebben op de keuze van nieuwe huurders, zij geen recht hebben op instemming bij de beslissing of een kamer opnieuw wordt verhuurd.
Verder stelde het hof vast dat de verhuurder gerechtigd was om de verhuur van vrijgekomen kamers te staken. De nieuwe huursters die zonder toestemming introkken, hadden geen geldige huurovereenkomst. De vorderingen van de huursters werden afgewezen en het vonnis van de voorzieningenrechter werd bekrachtigd. De huursters werden veroordeeld in de proceskosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof bevestigt dat de verhuurder vrij is om verhuur van vrijgekomen kamers te staken en wijst de grieven van de huursters af.