ECLI:NL:GHSGR:2003:AI0510
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep kort geding
- In 't Velt-Meijer
- De Wild
- Husson
- Rechtspraak.nl
Beoordeling opzegbaarheid coöptatiebeding in groepsbewoningsovereenkomst studentenhuis
De zaak betreft een geschil tussen verhuurders en huurders van een studentenhuis te Leiden over de opzegbaarheid van een coöptatiebeding in een groepsbewoningsovereenkomst. De verhuurders, opvolgend eigenaar, wilden per 1 april 2002 geen nieuwe bewoners meer accepteren, wat door de huurders werd bestreden. De voorzieningenrechter wees de vordering tot nakoming van de overeenkomst toe en wees de vordering tot onderhoud af.
In hoger beroep betoogden de verhuurders dat het coöptatierecht opzegbaar is en dat zij het recht hebben om nieuwe bewoners te weigeren. Het hof ging ervan uit dat het om een duurovereenkomst gaat waarbij het beding niet per definitie onopzegbaar is. De beoordeling van de opzegging moet plaatsvinden aan de hand van redelijkheid en billijkheid.
Het hof stelde vast dat verhuurders vrijwel direct na eigendomsoverdracht aankondigden het pand te willen renoveren en anders verhuren, zonder rekening te houden met de belangen van huurders. Gelet op deze omstandigheden oordeelde het hof dat de opzegging niet het beoogde resultaat kan hebben en wees het hoger beroep af.
Daarnaast behandelde het hof een incidenteel appèl van de huurders over onderhoudswerkzaamheden, waaronder een tweede douche en elektriciteitsvoorziening. Deze vorderingen werden onvoldoende onderbouwd en terecht afgewezen. Beide partijen werden veroordeeld in de kosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hoger beroep van verhuurders wordt afgewezen en het vonnis van de voorzieningenrechter wordt bekrachtigd.