ECLI:NL:GHSGR:2003:AI1139
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Zonnenberg
- De Bruijn-Lückers
- Labohm
- Rechtspraak.nl
Bevestiging rechtbankbeslissing over huwelijksvermogensrecht en verdeling gemeenschap van goederen
De vrouw is in hoger beroep gekomen tegen een beschikking van de rechtbank die het huwelijksvermogensrecht tussen haar en de man onder Pakistaans recht plaatste en haar verzoek tot verdeling van de gemeenschap van goederen afwees.
Het hof oordeelt dat op grond van het Verdrag van Den Haag 1978 het huwelijksvermogensrecht vanaf een bepaalde datum door Nederlands recht wordt beheerst, maar dit geldt alleen voor goederen en schulden die na die datum zijn ontstaan. De vrouw heeft onvoldoende bewijs geleverd over de eigendom van de onroerende zaak en de hypothecaire lening.
Omdat het hof niet kon vaststellen of de woning en de hypotheek tot de gemeenschap van goederen behoren en de medewerking van de hypotheekbank aan novatie niet is aangetoond, kon het verzoek tot verdeling niet worden toegewezen. Het hof bekrachtigt daarom de bestreden beschikking van de rechtbank.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de beschikking van de rechtbank en wijst het verzoek tot verdeling van de gemeenschap van goederen af wegens onvoldoende bewijs.