ECLI:NL:GHSGR:2003:AI1151
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Gerretsen-Visser
- Stille
- Van Leuven
- Rechtspraak.nl
Gezagsregeling over kind erkend door Belgische vader met gezamenlijk gezag
De vader, die de Belgische nationaliteit heeft, heeft zijn kind erkend, waardoor het kind naast de Nederlandse ook de Belgische nationaliteit verkreeg. Op grond van het Haags Kinderbeschermingsverdrag 1961 dient de uit de Belgische wet voortvloeiende gezagsverhouding in Nederland te worden erkend. Volgens het Belgisch Burgerlijk Wetboek is de vader mede belast met het gezag over het kind.
De vader verzocht de kantonrechter om het gezag over het kind uitsluitend aan hem toe te wijzen of subsidiair gezamenlijk gezag met hoofdverblijf bij hem. De moeder voerde verweer en het verzoek werd afgewezen. In hoger beroep verzocht de vader alsnog gezamenlijk gezag toe te wijzen.
Het hof stelt vast dat het gezamenlijk gezag van rechtswege bestaat door de erkenning van het kind door de vader. Partijen hebben zich hierbij neergelegd en het gezamenlijk gezag is niet in strijd met het belang van het kind. Daarom verklaart het hof de vader niet-ontvankelijk in zijn verzoek en vernietigt het de bestreden beschikking voor zover het gezag betreft.
Uitkomst: Vader is niet-ontvankelijk verklaard in zijn verzoek tot gezagsregeling omdat het gezamenlijk gezag van rechtswege bestaat.