ECLI:NL:GHSGR:2003:AI1533
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Van den Wildenberg
- Labohm
- Van der Burght
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid en vaststelling alimentatie op 3.000 gulden per maand
De vrouw vordert in hoger beroep een verhoging van de alimentatie die de man sinds 1 mei 1987 aan haar verstrekt, van oorspronkelijk 833,33 gulden naar 5.000 gulden per maand, met terugwerkende kracht vanaf 4 december 1992. De man betwist deze vordering en stelt dat de vrouw haar recht op verhoging heeft verwerkt doordat zij na eerdere beslissingen niet tijdig de procedure heeft voortgezet.
Het hof oordeelt dat de vrouw inderdaad haar recht op voortzetting van het oorspronkelijke verzoek heeft verwerkt omdat zij niet opnieuw een procedure bij de rechtbank is gestart na de beschikking van het hof in 1993. Het hof benadrukt dat van de vrouw redelijkerwijs mag worden verlangd dat zij voldoende toezicht houdt op de voortgang van de procedure die zij zelf is gestart.
Daarnaast heeft de vrouw niet aannemelijk gemaakt dat zij niet (gedeeltelijk) in haar levensonderhoud kan voorzien, mede gelet op haar leeftijd en de redelijkheid en billijkheid die van haar verwacht mogen worden. Het hof bevestigt daarom de eerdere beschikking van de rechtbank waarin de alimentatie definitief is vastgesteld op 3.000 gulden per maand met terugwerkende kracht vanaf 1 mei 1992.
De overige grieven van partijen worden niet behandeld omdat deze geen ander oordeel kunnen rechtvaardigen. Het hof bekrachtigt de bestreden beschikking en verklaart de vrouw niet-ontvankelijk in haar verzoek voor zover dat betrekking heeft op haar oorspronkelijke inleidende verzoek.
Uitkomst: De alimentatie wordt definitief vastgesteld op 3.000 gulden per maand en het verzoek tot verhoging wordt afgewezen wegens verwerking.