ECLI:NL:GHSGR:2003:AK4792
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Schuurman
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke toetsing van bouwleges bij verhoging bouwkosten na overdracht bouwvergunning
Belanghebbende diende in 1998 een aanvraag in voor een bouwvergunning voor een bedrijfsverzamelgebouw in Rotterdam, met een geraamde bouwkost van ƒ 3.900.000. Na voorlopige aanslag en verlening van de vergunning werd het project in 1999 verkocht aan D B.V., die belangrijke wijzigingen aanbracht waardoor de uiteindelijke stichtingskosten stegen tot ƒ 7.150.000.
De gemeente Rotterdam legde op basis van de Verordening Bouwleges 1997 een aanslag bouwleges op aan belanghebbende, berekend over de hogere stichtingskosten. Belanghebbende betoogde dat zij geen leges verschuldigd was over de door D B.V. aangebrachte kostenstijging, omdat deze na overdracht waren ontstaan.
Het hof oordeelde dat de legesheffing overeenkomstig de Verordening en tarieventabel was toegepast en dat geen bijzondere omstandigheden waren gesteld die tot een onredelijke of willekeurige belastingheffing zouden leiden. Er was geen bewijs dat D B.V. een nieuwe vergunning had moeten aanvragen. Daarom werd het beroep ongegrond verklaard.
De proceskosten werden niet aan een partij toegewezen. De uitspraak verving de mondelinge uitspraak van juni 2003 en werd vastgesteld in september 2003.
Uitkomst: Het gerechtshof verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de aanslag bouwleges over de hogere stichtingskosten.