ECLI:NL:GHSGR:2003:AL8192
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Duindam
- Fockema Andreae-Hartsuiker
- Pannekoek-Dubois
- Rechtspraak.nl
Beoordeling verzoek tot opmaking vervangende geboorteakte en toepassing artikel 1:25c BW
De man, sinds 1997 in Nederland met een geldige verblijfsvergunning, verzocht de rechtbank om een vervangende geboorteakte op te maken omdat er nooit een geboorteakte voor hem was opgemaakt en essentiële gegevens ontbreken. De rechtbank verklaarde hem niet-ontvankelijk in zijn verzoek. In hoger beroep stelde de man dat de rechtbank artikel 1:25c lid 1 sub b BW naar analogie had moeten toepassen, omdat hij als vluchteling Nederland is binnengekomen en de wetgever de regeling voor personen zoals hij heeft bedoeld.
Het hof oordeelt dat de man strikt genomen niet valt onder de categorie rechtmatig verblijfhoudenden zoals bedoeld in artikel 1:25c lid 1 sub b BW. Hij kon niet aannemelijk maken dat hij de benodigde documenten niet in India kan verkrijgen of dat hij pogingen heeft ondernomen om deze te verkrijgen. Het hof volgt de advocaat-generaal en de rechtbank dat van de categorie vreemdelingen waaronder de man valt, mag worden verlangd dat zij in het land van herkomst documenten kunnen opvragen.
Daarom kan artikel 1:25c lid 1 sub b BW niet naar analogie worden toegepast. Het hof bekrachtigt de bestreden beschikking en wijst het verzoek af. De ambtenaar van de burgerlijke stand maakte geen verweerschrift op en verscheen niet ter zitting.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de beschikking van de rechtbank en wijst het verzoek tot opmaking van een vervangende geboorteakte af.